#b8c400

OVAM helpt bij een woonzoneproject in Wijnegem.

02.06.2015

De bewoners van een Wijnegemse woonwijk gelegen op het terrein van een voormalig tankstation krijgen een gratis onderzoek naar mogelijke bodemverontreiniging. Het gemeentebestuur vond bij de OVAM zowel juridische als praktische ondersteuning.

Liesbeth Havet
OVAM-medewerker dienst Bodembeheer
Ineke Smet
Milieuambtenaar Wijnegem
Wilt u ook zo'n project realiseren in uw gemeente? Laat uw gegevens achter en wij contacteren u onmiddellijk.
Liesbeth Havet
OVAM-medewerker dienst Bodembeheer
Ineke Smet
Milieuambtenaar Wijnegem
Wilt u ook zo'n project realiseren in uw gemeente? Laat uw gegevens achter en wij contacteren u onmiddellijk.

De bal ging aan het rollen toen iemand aan de Turnhoutsebaan in Wijnegem zijn perceel wou verkopen. Voor het bodemattest werden er stedenbouwkundige inlichtingen ingewonnen. De milieuambtenaar merkte dat er vroeger bodemverontreinigende activiteiten hadden plaatsgevonden. Het huis bevindt zich in een verkaveling van begin jaren 1990, op een terrein waar eerder een tankstation werd uitgebaat. Er was nooit een bodemonderzoek gebeurd; die verplichting kwam er pas in 1995. Op de plaats van het voormalige tankstation zijn er vandaag 11 bewoonde percelen -samen goed voor 4.720 m²- plus 730 m² openbare weg, met een mogelijk risico van historische verontreiniging. “De huidige eigenaars of bewoners zijn ‘onschuldig’: ze hebben duidelijk niets te maken met verontreiniging, als die er al zou zijn. We wilden het probleem dan ook als één geheel bekijken”, vertelt Ineke Smet, milieuambtenaar in Wijnegem, die met de OVAM contact nam om hier een ‘woonzoneproject’ op te starten. “Er zijn zoveel zaken waarop je moet letten. Wij hebben niet al die deskundigheid in huis.” De gemeente bracht eerder al vier dergelijke projecten met de OVAM tot een goed eind. Het eerste (een stortplaats aan de Krommelei) financierde Wijnegem zelf, dan volgden projecten op een oude stortplaats en een oliefabriek waarvoor de onderzoekskosten met de OVAM werden gedeeld. Ook voor de Turnhoutsebaan klopte Wijnegem in juli 2013 bij de OVAM aan voor juridisch advies en praktische bijstand.

Een gratis site-onderzoek voor de bewoners

Wie in Vlaanderen zijn grond wil verkopen moet een bodemattest voorleggen, dat de kwaliteit van de bodem beschrijft. Waren er op die grond ooit risicoactiviteiten, dan moet de verkoper een oriënterend bodemonderzoek laten verrichten. Vaak heeft de verkoper zelf niets te maken met die historische risicoactiviteiten.

In het verleden gebeurde het al eens dat een vroeger fabrieksterrein of zelfs stortplaats verkaveld werd. Dan is het veel efficiënter om één groot bodemonderzoek te doen dan voor elke kavel afzonderlijk. Wanneer meerdere risicopercelen op het niveau van een volledige wijk in één keer worden onderzocht, wordt dit een ‘woonzoneproject’ genoemd. Het voordeel is dat er slechts één site-onderzoek hoeft te gebeuren, dat snel een volledig beeld geeft over de mogelijke bodemverontreiniging. Bovendien draagt de OVAM of de gemeente de kosten. Voor de eigenaar is dit site-onderzoek gratis.

Stap voor stap

Vooraleer de OVAM een onderzoek begint op alle percelen, wordt een ‘sitebesluit’ opgesteld. Dat juridisch document motiveert het onderzoek, somt alle betrokken percelen op, en benoemt de voordelen voor de eigenaars van de betroffen percelen. Het sitebesluit voor Wijnegem is eind 2013 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. “Aan de hand van voorbeelden van de OVAM heb ik toen een bestek opgemaakt voor de bodemdeskundige. De OVAM schaafde het hier en daar wat bij,” zegt Ineke Smet. De vooruitziende gemeente vroeg de bodemdeskundige ook een ‘oorzakelijkheidsdocument’ op te stellen als hij verontreiniging zou vaststellen. Deze ‘[verklaring van oorzakelijkheid](\ntsgrp1\group\SENSEF\SEN\Red\OVAM-portfolio-opdracht\02-Wijnegem-woonzone\is hiervan een link op de OVAM-site?)’ kan dan de mogelijke vervuiler aanwijzen, wat het in een later stadium makkelijker maakt om de aansprakelijke aan te spreken voor het nodige saneringswerk of om gemaakte kosten terug te vorderen.

Het aanstellen van de bodemdeskundige vroeg een half jaar tijd: bestek opstellen, invoeren in de 3P-software voor overheidsbestekken, offertes vergelijken, kandidaat kiezen ... Niet enkel de prijs speelde een rol, ook de manier van werken. “De kandidaat wist referenties voor te leggen. Bovendien loopt een stuk van de communicatie met de bewoners via hem,” zegt Smet, die een vergadering voor de bewoners van het woonzoneproject organiseerde waarop de onderzoeksgroep toelichtte wat er zou gebeuren. “Communicatie is belangrijk. Wijnegem is een kleine gemeente en dit soort zaken gaat snel rond.” De gemeente kon hiervoor ook op de OVAM een beroep doen.

De bodemdeskundige bezorgde de gemeente een praktische vragenlijst die via de post onder de bewoners werd verspreid. “Vrijwel iedereen vulde die in en stuurde hem terug.” Pas daarna ging de deskundige het terrein op voor het eigenlijke veldwerk. Hij is nu bezig met de boringen en het nemen van grondstalen. Via een peilbuis wordt grondwater opgepompt dat in het lab geanalyseerd zal worden. Vervolgens worden de gegevens geïnterpreteerd. Als er verontreiniging vastgesteld wordt, volgen er bijkomende boringen om een meer accurate risicobeoordeling te doen. “Het is belangrijk om concrete termijnen af te spreken,” weet Ineke Smet.

Praktische problemen

"De voorbije jaren gingen we zelf op zoek naar woonzoneprojecten in het gemeentearchief,” zegt Liesbeth Havet van de dienst Bodemonderzoek bij de OVAM. Die informatie wordt gevonden in vergunningen die de gemeenten en provincies in het verleden hebben verstrekt. “Maar vandaag wachten we eerder tot de gemeentelijke inventaris voor risicogronden volledig is. De meeste gemeenten werken nog volop aan deze inventaris. Met sommige gemeenten heeft de OVAM een samenwerkingsverband. “Daar zullen wij het opstellen van de inventaris ondersteunen en er prioritair een woonzoneproject opstarten. We baseren ons op vergunningen die in de gemeenten beschikbaar zijn voor risicoactiviteiten (opslag van stookolie, zware metalen ...) die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken. Wij ondersteunen de gemeente en nemen ook vaak zelf het initiatief, geven de opdracht aan de bodemdeskundige en betalen dan het onderzoek.” Omdat de OVAM werkt met raamcontracten met bodemdeskundigen, kan dat onderzoek relatief snel uit de startblokken schieten.

Ineke Smet volgt voor Wijnegem de vergunningen klasse 1, 2 en 3 op. Die zijn nu digitaal op adres bijgehouden, niet op kadasternummer. In het verleden zijn heel wat percelen ‘hernummerd’. De administratie moet die omslag maken, oudere informatie moet manueel nagespeurd worden in het papieren archief ergens in de kelder. Oude vergunningen zijn soms in het Frans opgesteld. Soms zijn de beschrijvingen zeer summier. Aan de hand van de vergunde activiteit kan men vaak vermoeden dat er ‘iets’ was. “Als je vermoedt dat er een risico is, moet je dat ook communiceren. De gemeente mag niet nalatig zijn,” stelt de milieuambtenaar.

Woonzoneprojecten

De eerste ‘woonzoneprojecten’ startten in 2004. Sindsdien zijn er op 5.000 tot 6.000 percelen onderzoeken gebeurd, in grote en kleine woonzones. Oorspronkelijk ging het bij woonzoneprojecten om aaneensluitende percelen zoals een verkaveling op een stortplaats; later werden ook kleinere locaties gegroepeerd, zoals kleine textielfabrieken, leerlooierijen, de opslag van gevaarlijke stoffen ... “Vandaag hoeft zo’n project niet te gaan om aansluitende percelen. Het is ook mogelijk om meerdere niet-aansluitende percelen in één site te bundelen,” preciseert Liesbeth Havet. “Het is de bedoeling steeds meer bewoonde percelen te onderzoeken.”

Maar de budgetten zijn beperkt. “Het onderzoek van één perceel kost gemiddeld 600 euro en is afhankelijk van de bodemkwaliteit. Een onderzoek waarbij geen verontreiniging vastgesteld wordt is goedkoper: bij vervuiling volgen immers meer boringen en ook een risico-evaluatie. In dat cijfer zitten het inventariseren en opzoeken van de risicoactiviteiten, de communicatie, het verfijnen van de criteria en het bodemonderzoek zelf. Dit is een groeiende activiteit bij de OVAM. “Hoe kun je met hetzelfde budget meer doen? Hoe vinden we percelen die opgenomen kunnen worden in een woonzoneproject? Hoe kunnen we de gemeenten nog meer ondersteunen als ze zelf een onderzoek willen opstarten? De procedure mag immers geen drempel zijn voor de gemeente.”

GERELATEERD