#333333

Partner voor droogkuissaneringen.

02.06.2015

Jarenlang stonden milieubezwaren in de weg van een herontwikkeling van de OCMW-site in het centrum van Leuven. Tot dat OCMW een beroep deed op de bodemsaneringsorganisatie ‘Vlabotex’. “De samenwerking met de OVAM en Vlabotex is voor ons op alle vlakken een positief verhaal”, vat Wim Jaubin samen. Hij volgde het proces voor het Leuvense OCMW op. “We voelen er ons heel comfortabel bij.”

Sam Fonteyne
OVAM-medewerker dienst Bodembeheer
Bert Opgenhaffen
Vlabotex
Wilt u ook zo'n project realiseren in uw gemeente? Laat uw gegevens achter en wij contacteren u onmiddellijk.
Sam Fonteyne
OVAM-medewerker dienst Bodembeheer
Bert Opgenhaffen
Vlabotex
Wilt u ook zo'n project realiseren in uw gemeente? Laat uw gegevens achter en wij contacteren u onmiddellijk.

De site is in Leuven gekend als het “oud weeshuis”. Hier had het OCMW tussen 1964 en 2002 een wasserij met droogkuis. Daarna zijn de gebouwen gesloopt. Na een eerste oriënterend bodemonderzoek sleepte het beschrijvend bodemonderzoek (BBO) lang aan. In 2007 kreeg het OCMW een verkavelingsvergunning, maar hiaten en onvolkomenheden in het BBO hielden alles tegen. Bijkomende onderzoeken brachten geen soelaas. “In het najaar van 2011 kwamen we in een moeilijke positie”, vertelt Wim Jaubin. “Van 1996 tot 2011 werden vele bodemonderzoeken en –saneringen uitgevoerd, maar de VOCl-verontreiniging kon niet afgesloten worden. Toen suggereerde de OVAM om contact te nemen met Vlabotex.”

Van 1996 tot 2011 werden vele bodemonderzoeken en –saneringen uitgevoerd, maar de VOCl-verontreiniging kon niet afgesloten worden. Toen suggereerde de OVAM om contact te nemen met Vlabotex.

Wim Jaubin

Eindelijk schot in de zaak

Op 20 maart 2012 besliste het OCMW met Vlabotex in zee te gaan. In 2012-2013 voerde Vlabotex een BBO uit. De verontreiniging door droogkuisproducten en stookolie werd grondig in kaart gebracht. Het BBO-verslag wees drie VOCl-kernen aan in het vaste deel van de bodem, waarvan een ernstige bedreiging uitging. De voorgaande bodemonderzoeken hadden gefocust op de grondwaterverontreiniging met VOCl, met een grondwaterstand vanaf 14 meter diep. Volgens het laatste BBO bleken voor die grondwaterverontreiniging met VOCl evenwel geen risico’s te bestaan. Er was wel een stookolie-verontreiniging die gesaneerd moest worden.”

In januari 2014 werd een bodemsaneringsproject opgemaakt. De saneringstechniek bestond uit afgraving met stabiliteitsmaatregelen tot maximaal 5 meter diep. De opdracht werd openbaar aanbesteed en op 11 augustus 2014 begon aannemer Gent Dredging met de uitgravingen. Minder dan een maand later, op 5 september, was er al 1.200 ton vervuilde grond afgegraven en afgevoerd naar het Grondreinigingscentrum Limburg. Het afsluitende eindevaluatieonderzoek van Vlabotex kwam er in december 2014. “Begin 2015 was het dossier voor ons quasi afgerond,” zegt Jaubin. Op 9 februari 2015 ontving Vlabotex de eindverklaring van de OVAM. De strakke timing was gehaald, de eerste bouwwerken startten in maart 2015.

De aanpak van Vlabotex

Vroeger focusten milieudeskundigen bij dit soort verontreinigingen op afperkingen buiten de kernzone, om de ruime verontreiniging in het grondwater (de zogenaamde ‘pluimzone’) af te bakenen. Dat bezwaarde de bodemonderzoeken en -saneringen in die mate dat veel VOCl-dossiers gewoon stilvielen. Sanering van uitgebreide grondwaterverontreinigingen bleek immers heel dikwijls technisch en financieel onhaalbaar.

Vlabotex hanteert echter een gefaseerde aanpak. Volgens de organisatie is het grootste deel van de vuilvracht met tetraperchlooretheen (PER) ruimtelijk beperkt. Dat solvent wordt bij droogkuis aangewend. Het zit hier vervat in een kernzone met 80% tot 90% van de totale vuilvracht aan PER. Daarrond is er een veel grotere pluimzone met een licht verhoogde concentratie aan VOCl’s aanwezig. “Wij focussen op de kernzone,” legt Bert Opgenhaffen bij Vlabotex uit. “Eenmaal het risico van die kernzone is weggenomen, stopt ook de uitloging of de voeding van de verontreiniging naar de pluimzone en stopt de verdere verspreiding. In een volgende fase wordt de pluimzone in kaart gebracht en geëvalueerd of een sanering daarvan noodzakelijk is. Door die focus op de kernzones hopen we het aantal (zeer dure) bodemsaneringen voor de pluimzone te kunnen beperken.”

Op de Leuvense site zijn er 65 boringen gebeurd. De contour voor de grondwatersanering bedroeg in het oorspronkelijke BBO 9.500 m2, in de zone tussen 14 en 20 meter diep. In die optiek ging het om 17.000 m³ totaal verontreinigd grondwater. De nieuwe focus van Vlabotex resulteerde in de identificatie van drie VOCl-kernzones van respectievelijk 140 m³, 35 m³ en 120 m³. Er was ook een olieverontreinigingskern van 340 m³. Samen was dat ‘slechts’ 1.088 ton af te voeren grond. “We hadden het grote voordeel geen grondwater te moeten verlagen.” Bemaling vergt veel tijd. Het verontreinigde grondwater moet onsite gereinigd worden vooraleer het geloosd mag worden, en het leidt vaak tot zettingproblemen. Uit het BBO van Vlabotex bleek ook dat de grondwaterverontreiniging geen risico vormde, en er dus geen sanering voor het grondwater noodzakelijk was.

Vertrouwen

De overeenkomst met het OCMW bepaalde dat Vlabotex ook de andere dan de historische bodemvervuiling met VOCl’s zou saneren, zoals een recentere stookolievervuiling. “Het saneren van de droogkuisgerelateerde verontreiniging is subsidieerbaar, van de andere polluenten niet. Er is een aparte vorderingsstaat voor olie en VOCl’s, maar die gezamenlijke aanpak vereenvoudigde wel het beheer,” zegt Jaubin, die het belang van expertise en ervaring beklemtoont. “De samenwerking tussen de OVAM en Vlabotex wekte vertrouwen. We konden versneld aan de slag, en we ervaren dat als zeer gunstig.”

Met de OVAM stelde Vlabotex een [code van goede praktijk](http://www.ovam.be/sites/default/files/Code van goede praktijk. VLABOTEX - Uitvoering van bodemonderzoek en bodemsanering op droogkuislocaties.PDF) op. “We ontwikkelden een schema waarbij ontgraven steeds als eerste keuze overwogen wordt, omdat dit de meeste kans op slagen heeft”, legt Opgenhaffen uit. “Als een ontgraving technisch niet mogelijk is, moet vaak geopteerd worden voor in situ-technieken zoals het onttrekken van bodemlucht of het injecteren van chemische stoffen of voedingsstoffen om de bacteriële afbraak te bevorderen. In tegenstelling tot ontgraving hebben deze laatste technieken uiteraard een langere doorlooptijd, van drie tot negen jaar.”

De samenwerking tussen de OVAM en Vlabotex wekte vertrouwen. We konden versneld aan de slag, en we ervaren dat als zeer gunstig.

Bert Opgenhaffen

Herontwikkeling is cruciaal

Vlabotex werd aangesteld na een openbare procedure voor overheidsopdrachten. Omwille van de subsidiëring door de Vlaamse overheid moest het ook de onderaannemers openbaar aanbesteden waarmee het in zee ging. In dit soort complexe zaken heeft Vlabotex wel ervaring.

In het hele gebeuren speelt het verhaal van de herontwikkeling een cruciale rol. “Sanering en herontwikkeling gaan vaak hand in hand”, verklaart Sam Fonteyne bij de OVAM. Verontreinigde grond kan niet overgedragen worden. Maar wie toetreedt tot Vlabotex kan toch zulke gronden verkoopbaar stellen; in dat geval neemt Vlabotex immers de saneringsplicht van de verkoper juridisch over. “Vooral bij een in situ-sanering, die soms wel acht jaar kan duren, kan dit het dossier deblokkeren en kan er snel voortgang gemaakt worden met een herontwikkeling”, vult Bert Opgenhaffen van Vlabotex aan.

“Het is belangrijk voor het OCMW om de site die het niet zelf zal invullen snel tot ontwikkeling te brengen”, bevestigt Jaubin. Op één lot komen er studentenvoorzieningen; dit voorjaar begint de bouw. De andere loten betreffen private koopwoningen en sociale huurwoningen die een ontwikkelaar gaat bouwen.

Ook in Leuven zat er druk op de verkoop. Via Vlabotex kon het OCMW een beroep doen op een expert. “Notarissen beschikken niet altijd over de nodige expertise. De deskundige wist ons én de notarissen te begeleiden voor twee meldingen van overdracht.”

Sanering en herontwikkeling gaan vaak hand in hand.

Sam Fonteyne

Meer informatie

Vlabotex: geld en expertise

Vlabotex is in 2007 opgericht als vzw en zal actief zijn tot 2036. Tegen dan moeten alle aangemelde droogkuissites (200 tot 250) gesaneerd zijn. “We begroten dat het in 15% van de gevallen zal gaan om een lichte sanering, 25% gewone, 25% zware en de rest zeer zware saneringen. Maar op het einde van de rit zal de sector - dankzij deze vzw - grotendeels gesaneerd zijn”, aldus Bert Opgenhaffen die rekent dat de gemiddelde saneringskost van een droogkuissite zo’n 300.000 euro bedraagt. Voor eenmansbedrijven in een sector die economisch achteruitgaat, is dat niet haalbaar. Bovendien is een solventenverontreiniging moeilijk te onderzoeken en te saneren. De pure marktwerking kreeg het probleem niet opgelost. Vlabotex kan dat dankzij de fondswerking wel.

Ook actieve droogkuisbedrijven kunnen bij Vlabotex terecht voor hun bodembeheers- en bodempreventieplan. De inzichten die het fonds verwerft, worden meegenomen bij de aanpak van de bodemverontreiniging. Zo kan men veel gerichter boringen plaatsen ter afperking van de kernzone en inschattingen maken over de omvang van de kernzone en de kans op bodemverontreiniging. Wie met de organisatie een overeenkomst sluit doet dat tegen een vaste kost, ongeacht de uiteindelijke saneringskost. De economische draagkracht van de toetreder wordt in rekening gebracht. Voor een actief bedrijf geldt de klasse van de vergunning, de omzet en de verontreinigingssituatie in het meest recente oriënterende bodemonderzoek. De Vlaamse overheid verleent een subsidie die gelijk is aan de bijdrage van de toetreder.

Vlabotex bouwde in korte tijd een eigen expertise op voor deze bodemonderzoeken en –saneringen, wat helpt om de doorlooptijd van dossiers te verkorten. Voor het Leuvense ocmw was dat ook een reden om mee in dit verhaal te stappen. Vlabotex realiseerde intussen tientallen beschrijvende bodemonderzoeken, projecten en saneringen, allemaal gericht op VOCl-verontreinigingen. Dat leverde een uitgebreide expertise op met alle gangbare technieken zoals ontgraving, bodemluchtextractie, ‘ISCO’, gestimuleerde biologische afbraak, enzovoort.

Bert Opgenhaffen ziet dat deze saneringen in een stroomversnelling zijn gekomen. “Vlabotex grijpt steeds de kans om met alle betrokken actoren (bouwheer, investeerder, gemeente, buren …) samen te zitten en naar oplossingen te zoeken. Maar we zijn beperkt in middelen en mankracht, en we hanteren daarom prioriteiten in dossiers. Wanneer een wasserij gesloopt wordt of het terrein braak ligt kan men zo’n dossier versneld aanpakken. Het dossier van het ocmw Leuven had al een hoge prioriteit. Bovendien lag het terrein er braak bij. Dat is gemakkelijker saneren. Maar bodemsanering is steeds het onverwachte tegemoet treden. Het project is duidelijk ... tot je aan het graven bent. Er zijn ook de wisselende weersomstandigheden. Communicatie en enige soepelheid zijn zeer belangrijk. Gelukkig kunnen we, indien nodig, de OVAM daarbij betrekken. Zo heeft Vlabotex deze bodemsanering op zeer korte termijn en tot tevredenheid van het OCMW Leuven tot een goed einde gebracht.”

GERELATEERD