#333333

Materialenscan op Gentse ‘Wiedauwkaai’.

20.07.2015

De stad Gent, het Agentschap Ondernemen en de OVAM zorgen voor een professioneel begeleidingstraject voor geselecteerde kmo’s die streven naar duurzaamheid en zich op het bedrijventerrein ‘Wiedauwkaai’ willen vestigen. De materialenscan en een energieaudit zullen aangeven welke milieuwinsten haalbaar zijn.

Meg Scheppers
OVAM-medewerker dienst Beleidsinnovatie
Björn De Grande
Milieudienst Stad Gent
Meg Scheppers
OVAM-medewerker dienst Beleidsinnovatie
Björn De Grande
Milieudienst Stad Gent

Belangstellende bedrijven konden zich tot 30 januari 2015 aanmelden voor de ‘Wiedauwkaai’. De kandidaten werden gescreend om na te gaan of ze geschikt waren voor dit bedrijventerrein. Daarna volgde een intensief begeleidingstraject. Wiedauwkaai ligt ten noorden van Gent, net ten zuiden van het havengebied, en is meer dan 100 hectare groot.

Professionele ondersteuning

Het bedrijventerrein wordt ontwikkeld door Stad Gent/sogent en de NMBS. 14,5 hectare wordt vrij gehouden voor kmo’s. Ze krijgen steun van de OVAM en het Agentschap Ondernemen (AO) om de Wiedauwkaai duurzaam in te richten. Gent wil de bedrijven goed informeren over de meerwaarde van duurzame maatregelen. Daarom biedt zij hen professionele ondersteuning op het vlak van energie. Zo dragen deze ondernemingen ook bij aan de klimaatdoelstellingen van de stad, die in 2050 klimaatneutraal wil zijn. De OVAM en het Agentschap Ondernemen (AO) nemen ook de bouw, materialen en grondstoffen onder de loep. Zo streeft men naar industriële symbiose, naar het voorbeeld van soortgelijke projecten in andere landen: ‘Biopark’ in Terneuzen (Nederland), Kalundborg (Denemarken), Landskrona (Zweden) en Kwinana (Australië).

Intensieve begeleiding

Björn De Grande van de milieudienst van Gent legt uit wat er van de bedrijven verwacht wordt. “Ze moeten onder andere CO2-neutraal zijn voor hun elektriciteitsverbruik. De gratis materialenscan van de OVAM en AO neemt hun materialengebruik onder de loep. Dat is niet onbelangrijk, want de meeste kmo’s hier zullen productie- en maakbedrijven zijn. Op voorhand al de potentiële milieuwinsten oplijsten biedt dus voordelen. De bedrijven kunnen zo duurzame investeringen gemakkelijker en met minder extra kosten uitvoeren. Ook gaan we bij de inrichting van het bedrijventerrein op zoek naar symbiosekansen tussen de ondernemingen. Het afval van bedrijf A kan misschien als grondstof worden ingezet bij bedrijf B. Een win/win-situatie voor de kmo’s en het milieu.”

Materialenscan

Op basis van een grondige screening worden het materialenverbruik en de kosten die daarmee gepaard gaan, in kaart gebracht. Geselecteerde adviseurs voeren de materialenscan uit. Ze inventariseren het materiaalverbruik en bekijken welke optimalisaties mogelijk zijn op het vlak van grondstoffenefficiëntie, inzet van gerecycleerde materialen en valorisatie van reststromen. Ze kijken ook welke kostenbesparingen dit oplevert”, zegt Meg Scheppers van de OVAM.

Eenvoudige simulaties tonen hoe zowel de milieuimpact als de productiekosten lager kunnen.

Meg Scheppers

Diversiteit van bedrijven

De inschrijvingsperiode liep af op 30 januari 2015. Björn De Grande van het Klimaatteam Stad Gent: “In de eerste fase van de uitgifte wordt ongeveer 5 ha verkocht. Daarbij konden ondernemingen een perceel aanvragen tussen 1.000 en 5.000 m³. Afhankelijk van de aanvragen kunnen er dus 10 tot maximaal 50 bedrijven een plekje krijgen. Uiteindelijk heeft een twintigtal bedrijven zich kandidaat gesteld voor een totale oppervlakte van ongeveer 5 ha. Alle aanvragers zijn bestaande ondernemingen met nood aan meer ruimte of een andere locatie om hun activiteiten beter te kunnen exploiteren. Ze werden gerangschikt op basis van een aantal criteria, waaronder tewerkstelling. Hoe meer werknemers per vierkante meter, hoe hoger de score. Uiteindelijk zullen alle bedrijven die beantwoorden aan de stedenbouwkundige vereisten een stuk grond kunnen kopen.

Hoewel er vooral gemikt werd op maakbedrijven zijn de profielen divers, van productie tot studiebureaus en kleinere aannemers. Er zitten ook voedingsbedrijven tussen, wat interessant is qua energieprofiel.

Björn De Grande

Snelle procedure

De procedure voor de herontwikkeling van de Wiedauwkaai is transparant en de tijdsduur is opmerkelijk kort. “De bedrijven konden zich drie maanden lang kandidaat stellen en nog geen twee maanden later kregen ze nieuws. Daarna werden de onderhandelingen opgestart, met de bedoeling in de zomer te landen. Kmo’s hebben ook tijd nodig om hun leningen, bouwplannen en vergunningen te regelen. Onze aanpak op het vlak van energie en materialen zou geen vertraging ten opzichte van andere (her)ontwikkelingen mogen betekenen”, zegt Björn De Grande.

Ook voor energie is er trajectbegeleiding

In het kader van de ‘Trajectbegeleiding Energie’ neemt Gent zowel het collectief onderzoek als de individuele begeleiding van deze bedrijven op zich. “Tijdens het collectieve vooronderzoek bekijken we twee zaken”, legt Björn De Grande uit. “Enerzijds de energieprofielen van de bedrijven, om na te gaan of zij energie kunnen uitwisselen. Kan restwarmte van het ene bedrijf bijvoorbeeld aangewend worden voor een ander bedrijf? In dat geval worden deze naast - of zo dicht mogelijk bij - elkaar gepositioneerd om de kosten van de warmteleidingen minimaal te houden. Anderzijds kijken we naar de collectieve energieproductie. In plaats van de energievoorziening apart per bedrijf te regelen (bijvoorbeeld met traditionele aardgasketels) kan het financieel-technisch interessant zijn om een aantal bedrijven te clusteren en daarvoor een centrale energievoorziening te dimensioneren, zoals een BEO-veld of een WKK.”

“We moeten oog hebben voor energie (isolatie, verwarming en luchtdichtheid) op het ogenblik dat er gebouwd wordt. Achteraf nog aanpassingen doen is immers veel duurder. Deze maatregelen verhogen ook het comfortgevoel van de werknemers en verhogen de marktwaarde van het gebouw. Een begeleidingstraject zal het energieverbruik sterk doen dalen. Een pilootproject in 15 bestaande Gentse bedrijven leverde al energiebesparingen op tot 20%.”

GERELATEERD