#aa0050

Ook scholen kunnen op de OVAM een beroep doen.

20.07.2015

De secundaire school Emmaüs in Aalter droomde van een nieuwe “School van Morgen”. Een ongelukkig incident in 2006, een overvulling van een stookolietank, strooide even roet in het eten. Dankzij het samenwerkingsprotocol van de OVAM en het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs ‘AGIOn’ werd deze bodemverontreiniging aangepakt. Dit protocol voorziet in een aanzienlijke subsidiëring en een technisch/administratieve ondersteuning. Zo kan de ‘School van Morgen’ binnenkort met een propere lei van start gaan.

Walter Verniers
Algemeen directeur secundaire school Emmaüs
Walter Verniers
Algemeen directeur secundaire school Emmaüs

“De huidige toestand van de gebouwen van de technische afdeling laat duidelijk te wensen over”, begint algemeen directeur van de Emmaüs school Walter Verniers zijn verhaal. “We zijn daarom in zee gegaan met ‘Scholen van Morgen’, om op ons terrein een nieuw en duurzaam schoolgebouw op te trekken. In deze constructie zorgt Scholen van Morgen voor het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud gedurende dertig jaar. De school betaalt ondertussen een beschikbaarheidsvergoeding, en na die periode wordt de inrichtende macht opnieuw eigenaar van het gebouw. De gronden worden dus tijdelijk overgedragen aan Scholen van Morgen. Een terechte eis hierbij is dat de gronden niet verontreinigd zijn. Na het incident met de stookolietank hebben we dan ook onmiddellijk een bodemsaneringsproject opgestart. Gelukkig voor onze portemonnee konden we daarvoor rekenen op het samenwerkingsprotocol tussen de OVAM en het AGIOn.”

Samenwerkingsprotocol

Met dit protocol prefinanciert de OVAM de bodemonderzoeken vanaf het beschrijvend bodemonderzoek, en de bodemsanering voor een school. Dat kan een gemeenteschool zijn of een school die deel uitmaakt van een scholengroep. Op het einde van de rit neemt de OVAM 30% van de kosten op zich. Voor het resterende bedrag doet AGIOn zijn duit in het zakje: 70% voor het basisonderwijs en 60% voor het secundair onderwijs, Centra voor Leerlingenbegeleiding en internaten.

Kristel Declercq, van het projectteam ‘Gasfabrieken en Scholen’ van de OVAM, licht het protocol toe. “In eerste instantie wilden we een idee krijgen van hoeveel scholen met bodemverontreiniging te maken hebben. Dat deden we aan de hand van een enquête. Omdat we gaandeweg het project merkten dat veel scholen niet echt bezig zijn met de bodemproblematiek, besteden we nu ook veel aandacht aan communicatie en een grotere bewustwording van de onderzoeksplicht bij typische risico-inrichtingen op scholen, zoals bijvoorbeeld de onder- of bovengrondse opslag van stookolie, metaalbewerkingsateliers, las- en constructiewerkplaatsen … Deze onderzoeksplicht is immers niet alleen van toepassing bij de overdracht van gronden; voor sommige risico-inrichtingen geldt een periodieke verplichting. Zo is er onder meer bij de ondergrondse opslag van stookolie van meer dan 20.000 liter om de twintig jaar een bodemoriënterend onderzoek vereist. Om hiervoor een bestek op te maken, kan de school het standaardbestek van de OVAM hanteren dat specifiek op maat van scholen is gemaakt.” Het oriënterend bodemonderzoek wijst uit of verder onderzoek of sanering zich opdringt. Als dat het geval is, krijgt de OVAM via het samenwerkingsprotocol een mandaat om alle vereiste stappen te zetten. Deze programma-aanpak beoogt dus een snellere, betere en goedkopere uitvoering van bodemsaneringen bij scholen. Voorlopig kan enkel het gesubsidieerde onderwijs van dit protocol gebruikmaken. Een gelijkaardig protocol voor het gemeenschapsonderwijs is in de maak.

Aanvragen vóór 1 juli!

Begin 2015 had een zeventigtal scholen zich reeds voor dit samenwerkingsprotocol aangemeld. Deze scholen krijgen vervolgens een jaar de tijd om zelf een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren als dat nog niet gebeurd is. Kristel Declercq: “De bodemproblematiek bij de scholen lijkt ons groter dan het huidige aantal aangemelde scholen. We kunnen dit project dan ook niet op dit moment met een gerust geweten afsluiten. Daarom plannen we dit jaar nog een bijkomende inventarisatie om de onderzoeksplicht van risico-inrichtingen van scholen in kaart te brengen. Bovendien heeft de Vlaamse Regering zich voorgenomen om tegen 2036 alle historische verontreinigingen op te ruimen. Voor scholen is dit samenwerkingsprotocol hét uitgelezen moment om verdachte gronden - waar in het verleden mogelijk een verontreiniging is gebeurd - te melden. Het protocol biedt een uniek administratief, technisch en financieel ondersteunend kader om zonodig de verontreiniging te saneren. Let wel: 30 juni 2015 is de uiterste datum van aanmelding!”

Met een gerust geweten

Walter Verniers blikt tevreden terug op de samenwerking met de OVAM en alle andere betrokken partijen. “De timing van de bodemsanering en de bouw van de ‘School van Morgen’ zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd om extra kosten te vermijden. De OVAM zorgde voor een puike coördinatie tussen de bodemsaneringsdeskundigen, aannemers, veiligheidscoördinatoren en grondverwerkers. De OVAM leverde ook basismateriaal om de bodemsanering naar leerlingen en ouders te communiceren. Veel ouders hebben hier trouwens heel positief op gereageerd. Een nieuwe school hoort thuis op een propere bodem. Ik kan alvast met een gerust geweten gaan slapen.”

”Aangezien wij bij dit project een deel van het openbaar domein moesten innemen en straatriolering, elektrische leidingen en dergelijke moesten openleggen, was ook een goede samenwerking met nutsmaatschappijen en de stad noodzakelijk”, vult Kristel Declercq nog aan. “Hun timing en medewerking zijn soms cruciale aspecten in de timing van bodemsaneringswerken. Binnen dit project in Aalter kon alles zeer vlot verlopen. Hopelijk kan dat even vlot gebeuren in andere steden en gemeenten, waar we ook zullen samenwerken met milieuambtenaren, politie, stedenbouwkundig ambtenaren en anderen.”

GERELATEERD