#aa0050

Gemeentelijke afvaltarieven in harmonie.

20.07.2015

Sinds 2012 legt het Vlaams Materialendecreet een minimumtarief op voor de inzameling van bepaalde afvalfracties. De intercommunale IVM organiseert de huisvuilophaling in negentien gemeenten in de regio Eeklo-Deinze. Zij nam de nieuwe regeling te baat om de afvaltarieven in haar werkingsgebied zo veel mogelijk te harmoniseren. Die maatregel hielp het hoofd te bieden aan concrete knelpunten, terwijl de OVAM advies en argumenten aanreikte.

Yvon Princen
OVAM-medewerker dienst lokale besturen
Ben Caussyn
Milieuambtenaar Eeklo
Yvon Princen
OVAM-medewerker dienst lokale besturen
Ben Caussyn
Milieuambtenaar Eeklo

Jean Marie Staelens, secretaris bij IVM, schetst de knelpunten die de intercommunale op het terrein tegenkwam. “In de negentien IVM-steden en gemeenten liepen de prijzen van de restafvalzak fors uiteen, en dat gaf aanleiding tot afvaltoerisme in de regio. Bovendien was die prijs vaak al tien jaar niet meer aangepast en dekte hij niet langer de reële kosten voor de inzameling en de verwerking. Daarnaast was in bepaalde gemeenten de inzameling van grofvuil en steenpuin gratis, wat ook al een vrijgeleide voor regionaal afvaltoerisme was. Enkele gemeenten flirtten met of overschreden de Vlaamse norm van 180 kg restafval per inwoner.

Het speelveld van de tariefvork

In 2012 legde het Vlarema een tariefvork op voor de afvalstromen restafval, grofvuil en steenpuin, met een minimum- en maximum. Zo werd een stop gezet op de gratis inzameling van grof- en steenpuin. Maar ook voor de betalende fracties zijn de opgelegde minimumtarieven voor de burger veelal een prijsverhoging. Jean Marie Staelens: “De uniforme tarieven per fractie die IVM aan de gemeenten voorstelde, lagen voor het restafval en grofvuil in het midden van de tariefvork het Vlarema. Voor groenafval werden ze afgetoetst aan wat het actuele uitvoeringsplan van huishoudelijk afval voorziet. Onze voorstellen hielden rekening met de reële kosten voor ophaling en verwerking."

Tegelijkertijd mikten we ook op het sensibiliserende effect van de prijszetting. Zo bleek uit onderzoek dat heel wat van het aangeboden grofvuil in aanmerking komt voor hergebruik, of thuishoort bij een selectieve - vaak gratis of toch goedkopere - fractie, waar recyclage nog wel mogelijk is. Wie correct sorteert, is dus goedkoper af.

Jean Marie Staelens

Met OVAM-argumenten

“Het was geen eenvoudige klus om al die gemeenten op één lijn te krijgen”, vertelt Staelens. “Alles begon al in 2011 met de opmaak van het nieuwe beleidsplan van IVM. Hiervoor organiseerden we een ruime consultatie onder de negentien steden en gemeenten op de verschillende niveaus, met de colleges van burgemeester en schepenen, MiNA-raden, milieuambtenaren … De Vlarema-tarifering zat toen in de pijplijn, en dat stond op het programma van verschillende infosessies en workshops. Daar konden we rekenen op de steun van de OVAM. Haar toelichting en argumentatie legde bij de bestuursverantwoordelijken een groter gewicht in de schaal. Daaruit hebben we dan een memorandum met de nieuwe beleidslijnen van IVM gedestilleerd. Hiermee zijn we de boer opgegaan bij alle kandidaat-gemeenteraadsleden; we zaten toen volop in de verkiezingsperiode. Het was nog voor iedereen koffiedik kijken hoe de nieuwe gemeentelijke meerderheidscoalities er zouden uitzien, maar met deze aanpak hebben we wel iedereen - los van de toekomstige politieke constellaties – uitgebreid geïnformeerd over het wel en wee van de harmonisatie van de afvaltarieven.”

Iedereen op één lijn?

Jean Marie Staelens beschouwt het eindresultaat als een ‘gespreid succes’. “Als intercommunale kan IVM de gemeenten en de steden enkel adviseren, want de uiteindelijke beslissing over de afvaltarieven behoort tot de gemeentelijke autonomie. In de praktijk verschilt de situatie ook van gemeente tot gemeente, waardoor afwijkingen mogelijk moeten zijn. Zowel voor de restafvalzak als voor grofvuil volgde het gros van de lokale besturen het voorgestelde uniforme tarief. Voor de fracties steenpuin en groenafval was dat minder het geval. Voor groenafval lag dit in de lijn van de verwachtingen, aangezien Vlarema hiervoor nog geen tariefvork hanteert. We hebben het toch gewaagd, omdat een minimumtarief wellicht niet lang op zich zal laten wachten. En in ons werkingsgebied, met veel landelijke gemeenten, is de toestroom van groenafval aanzienlijk. Met ons tariefvoorstel wilden we de gemeenten vooral een instrument aanreiken om burgers te sensibiliseren om hun groenafval in de tuin zelf te gebruiken als compost of bodembedekker, om nog meer gras te maaien met een mulchmaaier, of snoeihout te verhakselen.”

De eerste resultaten aan de horizon

Nog niet zo lang geleden overschreed de stad Eeklo de norm van 180 kg restafval per inwoner en per jaar. Maar milieuambtenaar Ben Caussyn heeft er een goed oog in.

Sinds het grofvuil niet langer gratis is, zien we voor dit cijfer een dalende trend. Onze parkwachters spelen in dit verhaal een belangrijke rol: ze maken de bezoekers erop attent wanneer bepaalde zaken, aangeboden als grofvuil, bij een andere fractie horen.

Ben Caussyn

Nog niet elke gemeente is helemaal in regel met Vlarema. “Maar op het terrein horen we wel dat de geesten ook daar in de goede richting evolueren, en worden acties ondernomen om conform de regelgeving te werken”, vult Jean Marie Staelens aan. “En dan zijn wij er ook nog”, knipoogt Yvon Princen van de OVAM.

Wij blijven waar nodig de gemeenten ondersteunen met concrete adviezen, actieprogramma’s en innoverende projecten, zodat het uitgestippelde Vlaamse afvalbeleid voor iedereen een haalbare kaart wordt.

Yvon Princen

GERELATEERD