#aa0050

Communicatie saneert frustratie en onbegrip.

13.07.2015

Bodemvervuiling en emissies van industriële bedrijven zorgen vaak voor vragen en onrust bij de omwonenden. In Beerse leidde dat tot een uniek ‘participatieproject’, waarbij alle stakeholders werden betrokken in open overleg en communicatie over saneringswerken en milieu-effecten. Eén van die stakeholders was de OVAM, die bewoners niet alleen attesten verschafte maar ook zelf uit deze ervaring ‘beste praktijken’ voor communicatie en participatie overhoudt.

Greet Kreintz
Milieuambtenaar Beerse
Greet Kreintz
Milieuambtenaar Beerse

In Beerse zijn er langs het kanaal Dessel-Schoten al jaren metallurgische bedrijven actief. Naarmate woonkernen dichter naar dit industriegebied uitdijden, kwamen er meer vragen over uitstoot, bodemverontreiniging en zware metalen - en groeiden de spanningen tussen bewoners en industrie.

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) doet al sinds 1980 metingen van de luchtkwaliteit rond de bedrijven. Maar na een blootstellingsonderzoek in Hoboken werd in 2006 een gelijkaardig onderzoek opgezet naar de impact van de emissies op 280 inwoners van Beerse. “Het resultaat van dat onderzoek was gunstiger dan in Hoboken: er waren geen verhoogde waarden voor cadmium, en de loodbelasting lag ver onder de drempelwaarden. Maar de gemeente was vragende partij voor een participatieproject om de vragen van inwoners te kunnen beantwoorden”, legt Greet Kreintz, milieuambtenaar van Beerse, uit. “Het initiatief kwam van Toezicht Volksgezondheid. We wilden hen advies vragen en alle stakeholders betrekken bij de beslissingen om de kwaliteit van het leefmilieu te verbeteren.”

Meerdere fasen

In maart 2007 kwam er een hoorzitting voor de inwoners van de gemeente met wie het participatieproject werd opgestart. Het initiatief kwam van de medisch milieukundige bij het ‘Lokaal Gezondheidsoverleg Noorder- en Zuiderkempen’ en ‘Toezicht Volksgezondheid’. Die projectmatige aanpak werd hetzelfde jaar nog gelauwerd met de “European Public Sector Award Increasing Public Value”.

In een tweede fase brachten de medisch milieukundige en Toezicht Volksgezondheid een stuurgroep samen met een twintigtal deelnemers. Innoverend was de manier waarop het project de verschillende ‘stakeholders’ samenbracht: op basis van betrokkenheid en vrijwilligheid. “Er gingen uitnodigingen naar bewoners en bedrijven en ook naar het middenveld”, zegt Kreintz. Wijk- en buurtcomités stuurden vertegenwoordigers naar de stuurgroep, die zich moest buigen over lucht-, bodem- en geluidshinder en samenwerken rond drie uitdagingen: communicatie, milieu en gezondheid.

Het projectplan leidde begin 2008 tot een ‘Actieplan 2008-2012’, waarbij subgroepen concrete actieplannen voor deelgebieden uitwerkten. Van bij de start onderschreef iedereen ook een ‘engagementsverklaring’ om samen te werken rond de geformuleerde acties: het charter “Gezond leefmilieu en samenleving in de kanaalzone West in Beerse”.

Veel betrokkenen

“De eerste vergaderingen van de stuurgroep verliepen vrij woelig. Er kwam heel wat wrevel naar boven. Maar de aanvankelijke polarisering tussen burgers en bedrijven evolueerde naar een wederzijds begrip”, herinnert Greet Kreintz zich. Concreet betrof het de wijken rond het industriegebied Kanaalzone West, waarbij vooral de bedrijven Campine en Metallo Chimique betrokken waren. Het ene bedrijf zag de open communicatie helemaal zitten, terwijl het andere - dat midden in een woonwijk ligt - wat aansporing nodig had om mee in het verhaal te stappen. Mettertijd participeerde ook een derde bedrijf dat eerder al eens een bron van geluidsoverlast was geweest; de milieucoördinator volgde de vergaderingen.

Er werd kort op de bal gespeeld. Alle specialisten zaten immers rond de tafel, zodat op elke vraag snel een antwoord volgde. Kennis werd gedeeld en gebundeld. Tussen 2007 en 2012 vergaderde de stuurgroep 18 keer. Voor elke uitdaging werd een actieplan uitgetekend. Rond het thema gezondheid kwamen er zes acties, rond milieu negen en twaalf rond communicatie. Er werd een ‘compacte communicatiemix’ uitgewerkt met een jaarlijks wijkoverleg, online communicatie, regelmatige mededelingen over de sanering van vervuilde gronden, en uitleg over wat er aan de hand was. Er werden voor de bewoners ook bedrijfsbezoeken georganiseerd.

Versterkte samenwerking

De gemeente kon het niet alleen aan. De problematiek van zware metalen heeft heel wat gevolgen. De OVAM volgde het dossier van Beerse al op en was een natuurlijke partner. “De OVAM heeft de expertise en behandelt zowel de oriënterende als de beschrijvende bodemonderzoeken”, verklaart Kreintz. De instelling informeerde over haar onderzoeken en saneringsprojecten. In een straal rond de bedrijven analyseerde men de grond en bezorgde men de bewoners een attest over de lood- en cadmiumwaarden in hun tuin. Het PIH gaf zelfs teeltadvies. “Onze taak bestond er vooral in om iedereen een stand van zaken te bezorgen en duiding te geven”, vat Nick Bruneel samen. Hij was bij de dienst Bodemonderzoek en Sanering Oost verantwoordelijk voor het dossier. En ook de VMM lichtte de gezondheidsaspecten van haar luchtmetingen toe.

Er werd een communicatiebureau onder de arm genomen om het gebeuren te begeleiden. Toezicht Volksgezondheid financierde het begeleidende communicatiebureau en de milieudeskundige. De gemeente en de provincie betaalden de teeltadvies-campagne. De verschillende partijen die zich engageerden zorgden ervoor dat hun mensen tijd konden besteden aan het project. Verder waren er folders van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie, van de OVAM over de bodemkwaliteit en van VMM over de luchtkwaliteit.

Positieve ervaring

Volgens Greet Kreintz verhelderde het participatieproject niet alleen functies en communicatiekanalen tussen de verschillende diensten. Al die instanties zijn nu vertrouwd met de situatie en kunnen sneller op de bal inspelen. Maar het project smeerde ook de communicatie tussen bedrijven en omwonenden.

“Voor ons is dit project zeer positief verlopen”, zegt Kreintz. “Het opende deuren en loste snel problemen op. Ik zou er onmiddellijk opnieuw instappen.” Aanvankelijk verliep de communicatie stroef, maar het rechtstreekse contact gaf alle partijen de kans om gehoord te worden. “Dat alleen al klaarde veel frustraties op. Als er onbegrip was, was dat vaak omdat zaken onduidelijk waren. Nu kon uitleg verstrekt worden over waarom en hoe iets op een bepaalde manier gebeurde. Alle expertise zat er samen. Mensen leerden elkaar kennen, ook elkaars functies en werkwijzen. Het belangrijkste was communicatie. Sindsdien organiseren we met VMM en Toezicht Volksgezondheid jaarlijks een vergadering over de jongste luchtmetingsresultaten.”

Hoewel het participatieproject en de actiefase nu formeel voorbij zijn, loopt de communicatie naar de gemeente door. Vandaag is er nog steeds contact met de wijkverantwoordelijken in het project. Ook het bedrijf Metallo heeft nog elk kwartaal een buurtvergadering met de bewoners en een vertegenwoordiging van de gemeente. Sommige kanalen zijn gestroomlijnd; zo is er een ‘meldpunt bedrijven’ op de site van de gemeente. Men vindt er de telefoonnummers van de verschillende bedrijven. “Bij milieuproblemen, reuk- of lawaaihinder belt de inwoner rechtstreeks met het bedrijf. Zo konden er ondertussen al enkele zaken snel opgelost worden”, zegt Kreintz. De burger kan het bedrijf ook via e-mail bereiken en de gemeente in cc zetten. “Er groeide een open communicatie.”

Innovatief

Het innoverende aan dit participatieproject was dat het acties bundelde die sowieso al zouden gebeuren - zoals de bodemonderzoeken. “Door die bundeling konden we meer aandacht en duiding geven aan de betrokkenen”, argumenteert Nick Bruneel, die het project vanuit de OVAM opvolgde. De wetgeving wil dat verontreiniging in kaart gebracht wordt maar bepaalt niet hoe de communicatie moet gebeuren. “Hier kon intensiever toelichting over concrete dossiers gegeven worden.”

Wanneer er gesaneerd moest worden (wat een openbaar traject is) bracht de OVAM de betrokkenen op de hoogte. “In bepaalde woonwijken waar de waarden te hoog lagen, is er zo’n 30 cm grond afgegraven om te saneren. Ook hierover waren er vergaderingen met de bewoners.”

De eerste keer

Ook voor de OVAM was dit een eerste participatieproject. “Het was leerrijk te zien hoe je met deze procesvorming mensen meekrijgt”, zegt Nick Bruneel. “Want het is niet omdat je gelijk hebt dat je ook onmiddellijk gelijk krijgt. Het is een proces dat tijd vraagt. Iedereen heeft het traject mee afgelegd.” Bruneel vindt dat het “wellicht nog wat beter gestructureerd had kunnen gebeuren, zodat er misschien minder vergaderingen nodig waren.” Het was immers vrij arbeidsintensief.

Dit unieke project zou tegelijk beste praktijken kunnen opleveren voor andere knelpunten in Vlaanderen. “De methodiek - het samenbrengen van mensen rond een problematiek vanuit verschillende invalshoeken - kan ook aangewend worden in andere contexten om mensen snel in een proces te betrekken”, meent Nick Bruneel.

GERELATEERD