#aa0050

Antwerpen sorteert al op straat.

15.07.2015

Sorteerstraten kunnen heel wat vuilniswagens en bijhorend personeel uitsparen, voorkomen zwerfvuil, en laten heel flexibele afvaltarieven toe. De OVAM helpt steden en gemeenten met financiële en adviserende steun om hun afvalbeleid op deze manier te innoveren. Antwerpen heeft al veel ervaring.

Luc De Rooms
Projectleider ‘Afvalbrengsystemen’ bij de stad Antwerpen
Luc De Rooms
Projectleider ‘Afvalbrengsystemen’ bij de stad Antwerpen

“We halen elke week 1 miljoen vuilniszakken en rolcontainers op. Dagelijks rijden er 100 vuilniswagens rond. Willen we over heel de stad met ondergrondse containers werken, dan zijn er 1.500 tot 1.700 sorteerstraten nodig. We hebben er vandaag 70.” Luc De Rooms, adjunct-coördinator/projectleider ‘Afvalbrengsystemen’ bij de stad Antwerpen heeft het allemaal uitgerekend. “Eén volledige sorteerstraat kost zo’n 75.000 euro. Deze legislatuur is hiervoor 22 miljoen euro in de begroting geschreven, en er komen nog 230 sorteerstraten bij.”

Antwerpen bouwde ondertussen al acht jaar ervaring op met die sorteerstraten.

Al wat we nu huis-aan-huis inzamelen kan ook via sorteerstraten: alle fracties behalve het grof huisvuil.

Luc De Rooms

Meer nog: in nieuwe wijken zoals ‘Zuidervelodroom’, ‘Cadix’ en ‘Regatta’, komen er van bij de start ondergrondse sorteerstraten.

De voordelen van innoveren

Want deze oplossing heeft veel voordelen. De burger kan dagelijks zijn afval kwijt en hoeft niet meer te wachten op die ene weekdag dat de vuilniswagen langs zijn straat komt. “We krijgen het niet gecommuniceerd aan onze 172 nationaliteiten dat er in Antwerpen geen ophaling is op een Belgische feestdag.” Een sorteerstraat voorkomt ook verborgen kosten van de huisvuilophaling. Het afval gaat onmiddellijk in de container. Vuilniszakken komen niet meer op de straat terecht waar ze door katten, honden of meeuwen opengereten kunnen worden, en voor zwerfvuil zorgen dat dan weer opgeruimd moet worden ...

Naast het vermijden van de verborgen kosten zijn er ook directe terugverdieneffecten. “We schatten dat een vrachtwagen om de 200 meter een container zal ledigen”, rekent De Rooms. Eén container kan 700 tot 800 kg bevatten, één vrachtwagen kan tot 11,5 ton meedragen. “We proberen op vullingsgraad te rijden. Dat betekent dat een vrachtwagen 20 à 25 containers kan behandelen per keer.” De ophaaldienst kan de klus klaren met maar één derde van het huidige aantal ophaalwagens. De wagens rijden heel gericht naar de sorteerstraten waarvan de volle containers zichzelf aanmelden via het gsm-netwerk. “Vandaag rangschikken we de route nog manueel op vullingsgraad en fractie, maar we gaan naar een volautomatische planning.” Het ledigen van de containers gebeurt volautomatisch. Een ondergrondse container is in 3 minuten tijd geruimd. Er zijn geen laders meer nodig. Qua personeel is er nog slechts één op zes (de chauffeur) vereist. “Vandaag lopen er meestal twee laders achter de kar voor restafval. Maar die jobs zijn fysiek veeleisend. We kunnen tientallen mensen naar lichte diensten overplaatsen.”

“Bij problemen kun je bovendien heel oplossingsgericht werken”, ervaart Luc De Rooms. “Je hebt geen complexe en dure campagnes nodig waarmee je de mensen toch niet bereikt. Problemen komen snel naar de oppervlakte. Vrijwel ogenblikkelijk is duidelijk wat er aan de hand is, en kunnen de betrokkenen aangesproken worden.” Worden bijvoorbeeld teveel ‘stoorstoffen’ gevonden, zoals restafval in de gft-container, dan zet zijn dienst medewerkers in om een oogje in het zeil te houden, mensen aan te spreken op hun sorteergedrag of een ‘Sorteergids’ te overhandigen.

Meestal lost een gesprek het probleem onmiddellijk op. Het is belangrijk dat mensen weten dat de sorteerstraten effectief gecontroleerd worden.

Luc De Rooms

Tevreden

“Het systeem heeft ondertussen zijn deugdelijkheid bewezen”, vindt Luc De Rooms. “Tal van kleine enquêtes wijzen uit dat de gebruikers tevreden zijn, en de meerderheid vindt dat zijn buurt erop vooruitging. Dat is recent nog bevestigd in een wetenschappelijke studie van IPSOS, waar de respondenten spontaan antwoordden dat ze de nadelen er bijnamen zolang ze maar niet terug naar de vroegere huis-aan-huisophaling moesten. We willen nu wijken ontwikkelen en afdekken met sorteerstraten en er de vuilniskar stopzetten.” Dat is technisch niet overal even gemakkelijk; soms zijn er beperkingen in de hoogte waar er trams rijden, of in de diepte vanwege de ‘ruien’ (de nu overdekte middeleeuwse afvoerkanalen in het stadscentrum).

Waar beginnen?

Bij de inplanting van sorteerstraten hanteert Luc De Rooms een aantal parameters. Eén daarvan is de afstand die de gebruiker moet afleggen om het afval kwijt te geraken. Een projectteam bestudeert de aanvragen van ontwikkelaars en woonmaatschappijen en van de eigen stadsontwikkelingsdiensten, en geeft aan wanneer het tijd is om met een nieuw sorteerstraatje in actie te komen. “De Bouwcode stelt dat een aanvrager voor de bouw van een woonblok vanaf 50 wooneenheden advies moet vragen of er al dan niet een sorteerstraat moet komen.” Net zoals parkeerruimte of groene ruimte, kan de stad een sorteerstraat opleggen als voorwaarde bij het verlenen van een vergunning. Na het plaatsen wordt de infrastructuur aan de stad overgedragen. “Wij verbinden ons ertoe ze te onderhouden.”

“Idealiter hebben we 4.200 containers nodig om de hele stad af te dekken”, rekent De Rooms op basis van het aantal inwoners. “Maar in de praktijk moeten we er bijna 50% meer plaatsen.” Een restafvalcontainer bedient zo’n 400 mensen. Maar als er in een blok minder mensen wonen ontstaat er capaciteitsverlies. Omwille van de grotere afstanden moeten er in de buitendistricten meer containers komen. In de Seefhoek-wijk wonen dan weer 40.000 mensen op 2 km². “Daar moeten we soms meerdere containers per fractie zetten omwille van de capaciteit.”

Er moeten dus keuzes gemaakt worden. “Beginnen we in het deel van het stadscentrum binnen de Leien? Of gaan we van start in Merksem en Deurne?” De Rooms wijst op de impact die zo’n beslissing heeft. Men moet telkens rekening houden met de technische parameters (de aanrijrichting van de ophaalwagen, de mobiliteit in de straat, de riolering en nutsleidingen ...). Soms moet er al eens een knik in een waterleiding gelegd worden. Voorts is er het NIMBY-syndroom. Iedereen wil zo’n sorteerstraat graag dichtbij, maar niet té dichtbij. “Terwijl je het algemeen belang dient, is het altijd wel voor iemand te dichtbij.”

OVAM steunt meerdere projecten

“De OVAM subsidieert Antwerpen om dergelijke innovaties grondig uit te testen”, zegt Maarten De Groof van de OVAM-afdeling Afval- en Materialenbeheer. Anderzijds kan noch wil ze alles subsidiëren. Sorteerstraten bij hoogbouw zijn voor de OVAM een evidentie. “Maar in het vorige dossier keurde de OVAM toch twee locaties af”, zegt Luc De Rooms. “Reken maar dat ze zo’n dossier van nabij opvolgen. Gemeenten mogen gerust zijn dat ze langskomen en dat er intensief gecommuniceerd en geïnterpelleerd wordt.” Antwerpen is ook niet de enige. Gent publiceerde onlangs een bestek voor sorteerstraten. Gebruikmakend van dezelfde subsidies, vervangen sommige gemeenten hun glasbollen door ondergrondse containers. Mechelen gebruikt containers. Een project voor restafval en pmd in Lier voldeed kwalitatief niet omdat er geen toegangscontrole was, en de ondergrondse inzameling van pmd is er stopgezet.

“Deze oplossingen vergen een constante monitoring”, benadrukt De Rooms. Antwerpen kent een migratiebeweging van 30%, extern en intern. “Je kuntn hier verhuizen naar een wijk met of zonder sorteerstraat. Het vraagt dus permanent communiceren, aanpassen, opvolgen en controleren.”

Sorteerstraat

Een sorteerstraatje bestaat uit verschillende ondergrondse containers waarin selectief papier, gft, pmd, restafval en eventueel ook glas gedropt kan worden. De stortbak is toegankelijk met een badge of pasje dat de gebruiker identificeert. Op basis van die informatie zal later ook afgerekend worden. Verschillende fracties hebben immers een ander tarief: gratis, goedkoop en duurder. Dit systeem laat ook toe om verschillende volumes te tariferen volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’.

De opvangsystemen van de verschillende fracties zijn uniform. Alleen glas wijkt af voor de lediging. Voor de andere fracties (restafval en pmd) heeft de stad een ‘emmer-systeem’ voorzien dat een verschillend volume kan opnemen. Elke fractie wordt afzonderlijk opgehaald. Zodra de vrachtwagen gepositioneerd is gaat de rest automatisch. Al het afval wordt zijdelings van de container in de vrachtwagen gedropt, ook het gft-percolaat. “We willen een systeem dat geen lekken veroorzaakt en ons in de hoogte niet teveel problemen bezorgt.”

De investering voor een volledig ondergronds systeem met toegangscontrole is fors. Een volledige sorteerstraat kost 75.000 euro. Het kan ook eenvoudiger; een semi-ondergrondse sorteerstraat is er al voor de helft van die prijs. Maar voor een halfslachtige oplossing kiest Antwerpen niet. De OVAM komt maximaal tussen voor 4.000 euro per container of 20.000 euro voor een volledige sorteerstraat.

De markt. Intussen is er met de technologie al heel wat geëxperimenteerd. “We dagen de markt uit om met oplossingen te komen”, zegt Luc De Rooms. Hij trok met zes geïnteresseerde bedrijven door de stad om concrete situaties aan te duiden waarmee die technologie rekening moet houden. “Er is veel competitie in de markt. Door de grootte van de stad en het budget - we praten op termijn over 5.000 à 6.000 containers - kunnen we verschillende varianten uittesten. Wij willen de ideale wereld voor afvalinzamelingsystemen. En als Antwerpen het niet doet in Vlaanderen, wie gaat dan nog de markt kietelen?”

Communicatie

Voor ontwikkelaars, architecten en planologen ontwierp de stad Antwerpen de brochure “Het nieuwe afvalbrengsysteem. Sorteerstraatjes in Antwerpen”. Die licht toe wat het systeem inhoudt, hoe het werkt, wat de voordelen zijn en hoe een sorteerstraatje gerealiseerd wordt. De stad communiceert ook via verschillende publicaties met de bevolking over zijn afvalbeleid. Een algemene ‘Sorteergids’ verduidelijkt met beelden en iconen hoe de fracties gesorteerd moeten worden, en waar en wanneer de burger ermee terecht kan. Het opstarten van een nieuwe sorteerstraat gaat gepaard met een openingsfeest. Alle betrokkenen krijgen dan een “De oplossing voor uw afval”-folder in de bus die heel beknopt de voordelen toelicht. Iedereen wordt uitgenodigd. Op de opening krijgt elke bewoner zijn toegangspasje met daarop 5 euro. Er is ook een handleiding over hoe het pasje te gebruiken aan de sorteerstraat en hoe uiteindelijk de afrekening gebeurt. Gids en folders komen met veel illustraties en in de drie landstalen plus Engels. De stad heeft nog een aparte ploeg sensibiliseringsmedewerkers die gericht de straat opgaan en mensen in de verschillende wijken begeleiden. Daarnaast zijn er buurtwerkers en mensen van de sociale huisvestingsmaatschappijen. “In bepaalde wijken spreken we ook af met onze straatvegers om mensen aan de sorteerstraat te helpen.”

GERELATEERD