#005db9

Hoe Genk de onderzoeksplicht in de praktijk brengt.

20.07.2015

Genk gaat bewust om met zijn patrimonium en gronden. De stad laat proactief terreinen onderzoeken, zelfs wanneer de wetgeving dat niet verplicht, en houdt ontwikkelingen in de gaten om op elk ogenblik precies te weten wat er met gevoelige gronden aan de hand is, en welke mogelijkheden er zijn voor herontwikkeling.

Boudewijn Volders
Milieuraad Genk
Wilt u ook zo'n project realiseren in uw gemeente? Laat uw gegevens achter en wij contacteren u onmiddellijk.
Boudewijn Volders
Milieuraad Genk
Wilt u ook zo'n project realiseren in uw gemeente? Laat uw gegevens achter en wij contacteren u onmiddellijk.

Voor risico-inrichtingen in exploitatie legt de wetgeving een periodieke onderzoeksplicht op. Ook gemeentebesturen kunnen exploitant zijn van dergelijke risico-inrichtingen. Denk aan het gemeentelijk zwembad, het recyclagepark of de gemeentelijke werkplaats. Zij zijn dus verplicht om daar periodiek een bodemonderzoek te laten uitvoeren.

Maar de stad Genk gaat verder… Ook risicogronden waaraan geen periodieke onderzoeksplicht is verbonden, zoals voormalige stortplaatsen, heeft de stad al grondig onderzocht terwijl er op dat moment vaak geen wettelijke verplichting toe was. Als milieubewuste stad weet ze immers dat het beter is de bodemgesteldheid tijdig in kaart te brengen om niet voor onnodige verrassingen te komen staan. Daarmee speelde Genk proactief in op een nieuwe bepaling in het Bodemdecreet: wanneer de OVAM van oordeel is dat er ernstige aanwijzingen zijn voor een ernstige bodemverontreiniging, dan kan de eigenaar, exploitant of gebruiker van die grond worden verplicht om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren.

De eerste black points

Materialen voor wegenbouw haalde de stad Genk al vele jaren uit eigen zand- en kiezelgroeves. Toen een oude kiezelgroeve leeg was moest die weer opgevuld worden. Elders had de stad al groeves met huisvuil gevuld. Zo’n vergunning werd later uitgebreid voor industrieel afval van de lokale industrie, zoals Ford en het toenmalige OxiChem. In 1983 kwam er daarvoor geen vergunning meer, en moest de stortplaats afgedekt worden.

In die tijd was de OVAM pas opgericht. Ze bestudeerde zogenaamde ‘black points’ en liet ook in Genk studies uitvoeren om historische verontreinigingsgebieden in kaart te brengen. Deze onderzoeken vonden plaats in de jaren 1986 en 1987. De studies waren louter voor de OVAM bestemd. “Wij vroegen hen om de resultaten ook te krijgen,” vertelt de Genkse milieumedewerker Boudewijn Volders. “In de aanbevelingen lazen we dat er grondwatermonitoring aangewezen was rond de bewuste groeve.”

Grondwaterputten

De stad startte in 1989 met een grondwatermonitoring. “Er bleek een serieuze verontreiniging met solventen en olie te zijn. Dat verwonderde ons,” zegt Volders. In overleg met de OVAM en bodemsaneringsdeskundige professor Tony Van Autenboer van het Studiecentrum Limburg voor Milieu, Geologie en Veiligheid (‘Slim’ v.z.w.), werd toen beslist om de monitoring voort te zetten.

Oriënterend en beschrijvend onderzoek

De stad Genk liet in 1995 een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren en startte daarna ook met het beschrijvend bodemonderzoek. Stroomafwaarts bleek er een serieuze verontreiniging te zijn. De verontreinigde zone strekt zich er 300 meter verder uit. Hoewel de groeve zo’n 500 meter weg ligt van de bewoning, liet de stad in de meest nabije woonkern extra putten plaatsen. “We brachten duidelijk een afbraakproces in kaart. Maar er zijn ook ‘seizoenschommelingen’. Op piekmomenten vonden we resten van de pluim tot in de woonwijk.”

Toch kon men besluiten dat de hoge vervuilingsconcentraties afnemen in de tijd. Er worden steeds meer afbraakproducten gemeten. “De concentraties nemen af dichter bij de groeve. Ook de pluim blijkt ondertussen vrijwel stabiel. In de woonwijk zijn er geen ernstige concentraties. We adviseren de mensen toch geen grondwater te gebruiken voor huishoudelijke doeleinden.”

Voortdoen zoals we bezig zijn

“We moeten het grondwater blijven bemonsteren,” zegt Boudewijn Volders. Dat gebeurt jaarlijks. Er wordt ook elk jaar aan de OVAM gerapporteerd, die keer op keer aanmaant om het monitoren verder te zetten. “We hopen uiteindelijk niet tot bodemsanering te moeten overgaan,” zegt Volders. Elke sanering heeft immers een zware impact, zowel financieel als praktisch. In het verleden saneerde Genk al stortplaatsen. Zo bleek in een goed afgedekt stort van vliegas naderhand stiekem ook metaalslib gestort te zijn, dat er wel een probleem vormde. Inkapselen of weghalen? “We hebben het er toen uitgehaald. Het terrein lag naast een woonwijk. Vandaag is het een recreatiebos.”

Nog tien jaar?

“We kunnen inderdaad niet duidelijk zeggen dat er in dit geval een saneringsnoodzaak is. Wij hopen dat de problemen onder controle zijn,” bevestigt Tinne De Koninck van de dienst Bodemonderzoek en -sanering West bij de OVAM, die het dossier jaar per jaar bekijkt. Boudewijn Volders rekent alvast dat er nog tien jaar lang onderzoeken zullen moeten gebeuren. “Al zou het natuurlijk goed zijn dat we dit kunnen afronden.”

De stad Genk, die exploitant was van de stortplaats, betaalt de onderzoeken. Volders rekent nu op zo’n 5.000 euro voor een routineonderzoek (staalnames, analyses en het rapport van de bodemdeskundige). Voor een uitgebreider onderzoek loopt de jaarlijkse factuur op tot zo’n 10.000 euro.

Meer informatie

Van kiezelgroeve tot golfclub

Vandaag is er nog weinig dat herinnert aan de voormalige activiteiten op de site van de voormalige kiezelgroeve. De met stortmateriaal opgevulde groeve wordt al sinds 1989 gebruikt als golfterrein. Het bijhorende clubhuis en hotel zijn naast de stortplaats gebouwd, maar vormen samen met het golfterrein een mooi geheel. Zo kreeg het terrein, ondanks de nog altijd onduidelijke verontreinigingssituatie, toch een mooie nabestemming.

GERELATEERD