#005db9

Het kan snel gaan voor wie ook de saneringsplicht overneemt.

20.07.2015

Met “artikel 164” van het Bodemdecreet kan de overdracht van een risicogrond veel vlotter gaan, omdat de koper alle saneringsverplichtingen op zich neemt. Voor een reeks percelen en waterzuiveringsinstallaties, eigendom van de Vlaamse Milieumaatschappij en verspreid over heel Vlaanderen, bleek dit de geknipte oplossing. Aquafin kon de gronden binnen een redelijke termijn overnemen dankzij artikel 164. De OVAM adviseerde gunstig.

Katleen Jansen
OVAM-medewerker dienst Bodembeheer
Ann Carette
Diensthoofd juridische zaken bij VMM
Wilt u ook zo'n project realiseren in uw gemeente? Laat uw gegevens achter en wij contacteren u onmiddellijk.
Katleen Jansen
OVAM-medewerker dienst Bodembeheer
Ann Carette
Diensthoofd juridische zaken bij VMM
Wilt u ook zo'n project realiseren in uw gemeente? Laat uw gegevens achter en wij contacteren u onmiddellijk.

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) verkoopt een honderdtal gronden en rioolwaterzuiveringsinstallaties aan Aquafin. Die laatste maakt hier al sinds 1994 gebruik van, in het kader van een beheersovereenkomst die ze met het Vlaamse Gewest afsloot.

In de loop der jaren heeft Aquafin deze installaties uitgebreid en gerenoveerd, en daarvoor ook bijkomende gronden aangekocht. Om het beheer van dit patrimonium efficiënter te maken besliste de Vlaamse Regering in 2010 om de gronden en installaties door Aquafin te laten aankopen, die ze na de overdracht zal blijven exploiteren.

Dringend

Ann Carette, diensthoofd juridische zaken bij VMM, legt uit waarom de overdracht niet op de klassieke manier is verlopen. “Om budgettaire redenen moest die hele operatie snel gaan. Op sommige kadastrale percelen waarop die rioolwaterzuiveringsinstallaties gelegen zijn, vinden er bodembedreigende activiteiten plaats zoals de opslag van allerlei gevaarlijke producten. Er waren ook percelen met historische vervuiling bij. En omdat er vóór een overdracht een oriënterend bodemonderzoek moet plaatsvinden op dergelijke percelen, zou dat voor heel wat vertraging hebben gezorgd. Daarom hebben we aan de minister van Leefmilieu gevraagd om artikel 164 van het Bodemdecreet te mogen toepassen. In overleg met Aquafin werd voor de formule gekozen om alle eventuele saneringsplichten die voortvloeien uit de verkoop ten laste van de koper te leggen, en pas na de overdracht uit te voeren. De verplichte oriënterende bodemonderzoeken, die bij een verkoop van dergelijke gronden horen, werden uitgesteld tot op het moment waarop hiervoor een oriënterend bodemonderzoek nodig was op basis van de periodieke onderzoeksplicht.”

De toepassing van artikel 164 is zeker geen automatisme, maar in dit concreet geval gaf de OVAM een gunstig advies. Er was immers de hoogdringendheid, en het ging om een veelomvattende en complexe zaak. “Bovendien was de toestand van de gronden ook heel goed in kaart gebracht, omdat Aquafin gehouden is aan een periodieke onderzoeksplicht. Men was dus zeker dat men niet voor verrassingen zou komen te staan. Aquafin moet nu ten laatste op 31 december 2018 een oriënterend bodemonderzoek uitvoeren in het kader van deze overdracht.”

Nog meer argumenten

De saneringsplicht is er gekomen om te voorkomen dat onschuldige aankopers een vervuilde bodem zouden verwerven. Die juridische motivering is in dit geval niet relevant, want de aankoper was hier al jaren exploitant en wist perfect wat er in de bodem zat op basis van de periodieke onderzoeksplicht waartoe hij gehouden was.

Maar er is ook een socio-economische motivatie nodig om toepassing te kunnen maken van artikel 164. Die was hier eveneens aanwezig, legt Ann Carette uit. “Het is crisistijd en Aquafin moet leningen aangaan om grote rioleringswerkzaamheden te prefinancieren. Met veel onroerend goed in portefeuille is de NV veel kredietwaardiger, en kan ze voordeliger lenen voor het uitvoeren van rioleringsprojecten.”

“In dit dossier speelde de hoogdringendheid een rol, maar ook het feit dat het om zoveel grond en complexe verontreinigingen ging. Daarom kon een afwijking op de overdrachtsverplichtingen worden aangevraagd op basis van artikel 164 van het Bodemdecreet,” vult Katleen Janssen, dossierbeheerder bij de OVAM, aan. “Wij vonden ook dat de aanvraag voldoende gemotiveerd was.”

Primeur

“De minister heeft samen met de OVAM het dossier voorbereid, en in 2010 kon een eerste schijf verkocht worden,” vertelt Carette. “Het was meteen een groot dossier met heel veel kadastrale percelen. Dat moest in enkele maanden tijd afgehandeld worden. Er is heel intens overleg met de OVAM aan voorafgegaan, want het was niet alleen een nieuw dossier, maar ook de eerste keer dat zowel VMM als Aquafin van artikel 164 gebruikmaakten. We moesten ook uitzoeken wie daarover moest onderhandelen, en wie moest ondertekenen … Aquafin heeft toen nog een massa gegevens overgedragen aan de OVAM, ter aanvulling van de informatie over de uitgevoerde bodemonderzoeken die de OVAM reeds bezat. Het is mooi dat het op die korte termijn gelukt is. De jaren daarna is het voor de volgende schijven veel vlotter verlopen, want we hadden daarmee een basis waarop we konden voortbouwen. De toepassing van artikel 164 is niet vanzelfsprekend, het is dus wel normaal dat het de eerste keer wat langer duurt. Bij de verkoop komt er ook heel wat notarieel opzoekwerk kijken, maar we hebben een beroep kunnen doen op de dienst ‘Vastgoedakten’ die ook een functie van notariaat vervult. Zo is alles toch wat vlotter kunnen verlopen. De verkoop is nog altijd bezig, maar dit jaar zullen we allicht de laatste schijf kunnen verkopen.”

Voor de VMM was de toepassing van artikel 164 een primeur, maar het ziet er niet naar uit dat er nog een vervolg komt. Op de gronden waarvan de VMM nu nog eigenaar is staan immers hoofdzakelijk kantoorgebouwen. “Het was niettemin een leerrijke ervaring, want voordien wist ik ook niet wat artikel 164 in de praktijk inhield,” besluit Ann Carette.

Financiële garantie

Omdat Aquafin zich er tevens toe verbonden heeft een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek en een bodemsanering uit te voeren, en ook bereid is zich financieel garant te stellen voor de uitvoering van deze verplichtingen, verleende de OVAM uiteindelijk een gunstig advies.

Meer informatie:

GERELATEERD