#005db9

Groene koopkracht.

02.07.2015

De ervaring leert ons dat overheidsopdrachten en openbare aanbestedingen een belangrijke hefboom kunnen zijn voor de acceptatie en doorbraak van duurzame producten en diensten in de markt. Maar voor lokale administraties is het niet evident om daarbij de juiste criteria te hanteren. Daarom begeleidt de OVAM een leertraject dat hiervoor de nodige expertise helpt verspreiden. Mechelen en Duffel hebben er al ervaring mee.

Annemie Andries
Medewerker dienst lokale besturen
Natascha Diericx
Duurzaamheidscoördinator
Annemie Andries
Medewerker dienst lokale besturen
Natascha Diericx
Duurzaamheidscoördinator

Overheidsdiensten besteden ongeveer 16% van het bruto nationaal product van de Europese Unie aan overheidsopdrachten. En dat cijfer houdt niet eens rekening met de vele kleinere aankopen. Overheden kunnen deze koopkracht ombuigen tot een gewichtige hefboom om de markt te verduurzamen.

De “Samenwerkingsovereenkomst 2008–2013”, onder begeleiding van IGEMO, kreeg op initiatief van de OVAM een vervolg in een collectief leertraject. In dit samenwerkingsverband is de OVAM zowel deelnemer als begeleider. In dat kader waren de stad Mechelen en de gemeente Duffel de eersten om structureel aan een duurzamer aankoopproces te werken.

Versnippering

In eerste instantie brachten de drie organisaties hun aankoopbeleid in kaart via een enquête bij het personeel. Eén gemeenschappelijke conclusie was meteen duidelijk: er gebeuren heel veel kleine aankopen in versnipperde slagorde. Verder bleken er in Mechelen maar liefst 300 van de 800 personeelsleden op de een of andere manier bij aankoopprocessen betrokken te zijn. Mechelen is een relatief grote administratie met verschillende interne en externe geledingen: administratieve diensten, scholen, OCMW’s …

Volgens Natascha Diericx, coördinator van de Dienst Duurzame Ontwikkeling van de stad, is de eerste prioriteit het aankoopbeleid meer te centraliseren. “Deze lopende oefening begint binnen de organisatie. Centralisatie is mogelijk op verschillende niveaus: niet alleen om kleine aankopen te groeperen maar ook om de vereiste administratieve handelingen en het juridische nazicht bij specifieke personen te bundelen. Bij heel wat gemeentebesturen zien we vaak dat de duurzaamheidstoets op het einde van de rit en vaak nog op de laatste knip bij één enkele persoon terechtkomt. Daarmee creëer je een bottleneck. Op termijn is het dus ook wenselijk om de uitvoering van die duurzaamheidstoets bij aankopen als gedeelde verantwoordelijkheid op te nemen. Het beleid kan daarin een grote rol spelen door duurzaamheid als een horizontale doelstelling in de organisatie in te bouwen. Zo heeft de stad Mechelen het concept ‘slimme stad’ als een horizontale doelstelling geformuleerd: dat staat voor efficiënt, duurzaam, spaarzaam en innovatief. Wie dit in zijn takenpakket opneemt verdient hierbij ook de nodige ondersteuning en opleiding.”

Een duurzaam aankoopbeleid eist dus zijn plek op in het bedrijfsorganigram en vraagt duidelijke procedures om alles in goede banen te leiden. Bij de stad Mechelen buigt een werkgroep zich over deze uitdaging. Voor kleinere organisaties is die oefening wat eenvoudiger. Zo beschikt de gemeente Duffel nu over een procedurewijzer bij aankopen.

In de jungle van criteria

In de wildgroei van duurzaamheidslabels en -criteria is het niet eenvoudig om je weg te vinden. “Gelukkig brengt het ‘Centraal aanspreekpunt duurzame overheidsopdrachten’ hier soelaas”, stelt Annemie Andries, beleidsmedewerker bij het team Lokale Besturen van de OVAM. Hun website bevat technische fiches met door de stakeholdersgroepen gevalideerde duurzaamheidscriteria, met betrekking tot heel wat productgroepen: drukwerk, voertuigen, groenbeheer, meubilair, elektriciteit, pc’s/laptops en beeldschermen … Ook de “Gids voor duurzame aankopen” van het Federaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling vormt een goede uitvalsbasis. Daarnaast biedt het ‘Steunpunt duurzame overheidsopdrachten’ van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten een aantal voorbeeldbestekken van duurzame overheidsopdrachten.”

In dat opzicht is het inbouwen van duurzaamheidscriteria bij de aankoop van concrete producten relatief eenvoudig. “Maar uiteindelijk moet duurzaamheid ook een vaste waarde worden in complexe overheidsopdrachten zoals stadsontwikkelings- en bouwprojecten. En daarvoor is er veel minder duidelijke houvast voorhanden. Bovendien is de klus niet geklaard met de omschrijving van duurzaamheidscriteria in het bestek: dan is het nog de kunst om de verschillende aanbiedingen op die criteria vakkundig te beoordelen. Dat vergt heel wat kennis en ervaring. Lerende netwerken, zoals dit samenwerkingsverband met de OVAM, zijn belangrijk om de opgedane expertise te bundelen en voor andere openbare besturen open te stellen”, zegt Natascha Diericx.

Bestuurlijk draagvlak

Dat is ook precies wat het “Vlaams Actieplan Duurzame Overheidsopdrachten” beoogt: de uitbouw van een dynamische en gestructureerde werking rond duurzame overheidsopdrachten, en een gecoördineerd overleg tussen de betrokkenen op de verschillende beleidsniveaus om de informatiestroom te optimaliseren.

“Bovendien legt dit actieplan aan alle Vlaamse overheidsdiensten de doelstelling op om 100% duurzaam aan te kopen tegen 2020. Op bestuurlijk niveau is dat natuurlijk een stevig argument”, vervolgt Annemie Andries van de OVAM. Als deze doelstelling minder uitgesproken is, dan komt - ondanks alle goede intenties - de schrik van een hogere prijs vaak om het hoekje kijken. Andries schuift voor dit euvel een creatieve piste naar voor: “Duurzaamheidcriteria kun je in een bestek niet alleen opnemen als gunningscriteria, maar ook onder de vorm van technische bepalingen. Deze combinatie creëert een zekere speelruimte om met de betaalbereidheid in het achterhoofd, toch een duurzame oplossing te bedingen.”

Meer informatie

GERELATEERD