#005db9

Een binnenweg om sneller te ontwikkelen.

02.07.2015

‘Campus Kortrijk Weide’ is een inmiddels verlaten NMBS-terrein waar in het verleden industriële activiteiten werden uitgeoefend. In een ambitieus stadsvernieuwingsproject is hier plaats voorzien voor een stadspark, zwembad, fuifzaal, evenementenplein en volwassenenonderwijs. Tot deze gronden behoorde ook een niet-genummerd kadastraal perceel van het Agentschap Wegen en Verkeer. Dankzij de artikels 115 en 164 uit het Bodemdecreet, die de OVAM als oplossing aanreikte, kan de stad Kortrijk haar project versneld en gefaseerd realiseren.

Ronny Van Teghem
Deskundige bodembeheer
Lode Valcke
Milieuambtenaar van de stad Kortrijk
Ronny Van Teghem
Deskundige bodembeheer
Lode Valcke
Milieuambtenaar van de stad Kortrijk

Kortrijk Weide was een industriegebied dat dicht bij het stadscentrum aansluit. Het was destijds een milieubelastend industriegebied. Naast een goederenstation van de spoorwegen was er onder andere nog een brandstoffendepot, en het terrein werd opgehoogd met kalkslib. Een groot deel was eigendom van de Belgische Spoorwegen. De stad Kortrijk verwierf deze verontreinigde gronden en nam de verplichting op zich om ze te saneren. Er werd verontreiniging door minerale oliën vastgesteld als gevolg van de uitbating van een tankstation, en dat werd ambtshalve gesaneerd door BOFAS, het bodemsaneringsfonds voor tankstations in België. Op andere plaatsen zit er verontreiniging van zware metalen in de bodem, onder meer vanwege een kalkhoudende sliblaag. Begin jaren 2000 werd de bestemming van de gronden gewijzigd van milieubelastend industriegebied naar een terrein voor stedelijke ontwikkeling. Dit maakte andere functies mogelijk, zoals onderwijs, een polyvalente zaal en een zwembad.

Gefaseerde herontwikkeling en sanering

Op een deel van deze gronden willen de Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO) Hitek, Vivo en Vspw een gecentraliseerd schoolgebouw openen tegen eind 2016. Voor het bouwproject gaf de stad Kortrijk eind 2014 een deel van de gronden in erfpacht aan de CVO’s.

Uit bodemonderzoeken bleek bodemsanering noodzakelijk. Door de toepassing van artikel 115 van het Bodemdecreet werden intussen al versnelde overdrachtsprocedures toegestaan, en heeft de stad eenzijdige verbintenissen aangegaan tot het uitvoeren van de bodemsanering, en ook een financiële zekerheid gesteld. Het eerste gefaseerde bodemsaneringsproject (voor het schoolgebouw van de CVO’s) werd door de OVAM conform verklaard. Voor de volgende fase (het evenementenplein en parking) zal de stad een tweede gefaseerd bodemsaneringsproject bij de OVAM indienen. Het artikel 115 werd toegepast bij de overdracht van het perceel in eigendom van AWV naar de stad Kortrijk. Omdat de stad als verwerver de sanering op zich neemt, moest ze zo snel mogelijk eigenaar worden van het perceel.

Artikel 164

Ronny Van Teghem van de OVAM legt uit hoe de versnelde procedure in Kortrijk mogelijk werd. “Voor het vestigen van de erfpacht aan de CVO’s diende de stad een aanvraag in tot toepassing van artikel 164 van het Bodemdecreet. Hierbij werd slechts een deel van de site overgedragen aan de CVO’s. Normaal gezien moet men beschikken over een conform bodemsaneringsproject waarin de sanering van de volledige verontreinigingszone wordt besproken. De herontwikkeling en sanering van deze site zal in fasen verlopen. Aangezien de ontwikkeling nog niet in detail gekend is, kan er nog geen volledig bodemsaneringsproject opgemaakt worden. Men moet dus met gefaseerde bodemsaneringsprojecten werken. Hierdoor wint men tijd. Het eerste gefaseerde bodemsaneringsproject werd recent aan de OVAM overgemaakt en conform verklaard.”

Tijdwinst en fasering

Lode Valcke, milieuambtenaar van de stad Kortrijk: “De overdracht van een niet-genummerd kadastraal perceel, eigendom van AWV, was belangrijk om de erfpacht aan de CVO’s te kunnen toestaan. Er was een Ministerieel Besluit tot afwijking van de toepassing van art. 102 tot 115 van het Bodemdecreet noodzakelijk om het CVO-bouwproject te kunnen opstarten.” Wat is dan het verschil tussen versnelde overdracht en artikel 164? “Twee factoren pleitten hier voor versnelde overdracht”, verklaart Valcke. “Er is de tijdsfactor - CVO moest over de erfpacht beschikken in het kader van zijn betoelaging - en de mogelijkheid om een gefaseerd bodemsaneringsproject uit te werken. Via art. 164 van het Bodemdecreet reikte de OVAM een oplossing aan. De toepassing van artikel 115 liet ons toe de gronden versneld te verwerven.”

Binnen twee weken goedgekeurd

En daarom kunnen op 1 juni 2015 de bouwwerkzaamheden aan het CVO-gebouw en de saneringswerken opstarten. Het bodemsaneringsproject voorziet twee varianten: ofwel een volledige ontgraving van de kalkhoudende ophooglaag, ofwel een gedeeltelijke ontgraving en gedeeltelijke isolatie van die laag. Lode Valcke: “Er is steeds een goede samenwerking geweest met de OVAM. Zowel binnen de OVAM als de stad moesten strikte procedures gevolgd worden, maar er was goodwill van beide kanten. Zo had de OVAM voor het toestaan van de procedure ‘versnelde overdracht’ in de eerste fase 60 dagen tijd. In werkelijkheid was dit reeds binnen twee weken een feit.”

Wat is de versnelde overdrachtsprocedure?

Onder bepaalde voorwaarden kan de ‘procedure van versnelde overdracht’ toegepast worden, zoals voorzien in artikel 115 van het Bodemdecreet. Deze overdracht kan pas na conformverklaring van het beschrijvend bodemonderzoek, dus niet na conformverklaring van het bodemsaneringsproject. Hierbij neemt de verwerver de uitvoering van de saneringsplicht op zich. Overdrager en verwerver dienen samen een verzoek in bij de OVAM om deze procedure te kunnen toepassen. Vereiste documenten zijn het verslag van (oriënterend en) beschrijvend bodemonderzoek, een kostenraming van de sanering, en de eventuele nazorg door een bodemsaneringsdeskundige. De OVAM moet zich binnen de 60 dagen uitspreken over de conformiteit van het bodemonderzoek, en over het verzoek tot toepassing van de versnelde overdrachtsprocedure. Met toepassing van artikel 164 van het Bodemdecreet kan slechts een deel van de site overgedragen worden, zodat men niet hoeft te beschikken over een conform bodemsaneringsproject voor de volledige verontreinigingszone. Dat vergemakkelijkt gefaseerde saneringen, en is dus een flexibele mogelijkheid om de herontwikkeling van vervuilde sites te bevorderen.

GERELATEERD